woensdag 28 november 2012

Sparklehorse | Vivadixiesubmarinetransmissionplot


In 1988 verschijnt het eerste muzikale levensteken van Mark Linkous. Hij duikt dan als zanger/gitarist en songschrijver op in Dancing Hoods, een rockband van het derde garnituur die vanuit Los Angeles de debuut-lp Hallelujah Anyway op de wereld loslaat. Gemodelleerd naar jaren tachtig gitaarrockbands als The Replacements en The Long Ryders maken de Dancing Hoods onopvallende gitaarrock en kunnen zelfs nauwelijks concurreren met tweede-divisiebands als The Del Fuegos, The BoDeans en Maria McKee’s Lone Justice. Dancing Hoods heeft heel weinig voor zich spreken en is dan ook gedoemd te mislukken. Van deze Dancing Hoods naar Sparklehorse is – nog los van de grote tijdsspanne die ertussen zit – een heel grote stap.
Na dit Californische debacle keert Mark Linkous terug naar het platteland van Virginia en sluit zich op in zijn gekochte boerderij in Remo Bluffs. Hij verdient de kost met het verven van huizen en het vegen van schoorstenen, en houdt zich verder bezig met het opknappen van oude motoren en het spelen van eeuwenoude folksongs. Gedurende de weekenden krijgen Linkous en zijn vrouw Teresa bezoek van bevriende New-Yorkse muzikanten die in bands als Cracker en House Of Freaks spelen. Vanuit dit zelfgekozen isolement ontstaan de ruwe versies van de talloze liedjes die Linkous componeert in het gezelschap van zijn vrouw, zijn honden en zijn paarden. Nadat een demo op de burelen van Capitol Records is terechtgekomen, krijgt Linkous van het enthousiaste label de gelegenheid om zijn thuisgemaakte demo’s vast te leggen in de Sound of Music-studio in Richmond, Virginia. Met zijn muzikale vrienden – en met de studio als instrument – neemt Mark Linkous een bonte verzameling folk-, pop-, en countryliedjes op die het midden houdt tussen het werk van Neil Young, Alex Chilton en de naïeve doe-het-zelf-pop van de Britse Swell Maps. In een uiterst sfeervol geluidsdecor, voorzien van onorthodoxe, krassende en knarsende bijgeluiden, zet Linkous – die inmiddels de bandnaam Sparklehorse geadopteerd heeft – prachtige liedjes neer die gedragen worden door midtempo gitaarpartijen en Linkous’ aarzelende en soms benauwd klinkende stem. Het maakt het merendeel van de overigens schitterende ballads uiterst intiem van aard en geeft de songs bij beluistering een bijna voyeuristisch karakter. Zoals bijvoorbeeld het claustrofobische ‘Spirit Ditch’ waarin een fluisterende Linkous wakker wordt in een uitgebrande kelderverdieping, en dat bij wijze van solo voorzien is van een bericht van Linkous’ moeder op zijn antwoordapparaat. Het zijn trieste, maar tegelijk prachtige liedjes en dat beseft ook Linkous, getuige het liedje met de toepasselijke titel ‘Sad & Beautiful World’. Tekstueel is Linkous beïnvloed door grote romanschrijvers als Cormac McCarthy en Charles Bukowski, en dus spelen de liedjes zich af tegen een decor van ingestorte schuurtjes op verder verwaarloosde erven en roestige autowrakken in greppels. Het is het terrein van de onderbuik van de samenleving; het geïsoleerde platteland van het vergeten Amerika.
De dromerige en psychedelische liedjes op Vivadixiesubmarinetransmissionplot worden perfect afgewisseld met luidere songs waarin elektrische gitaren domineren, zoals ‘Rainmaker’ en de schitterende rocker ‘Someday I Will Treat You Good’, maar het liedje blijft altijd overheersen. Deze perfecte wisselwerking tussen de jaren negentig rocksongs en de door country en bluegrass beïnvloede fieldsongs maakt Vivadixiesubmarinetransmissionplot tot een zeer bijzondere singer-songwritersplaat. Zo bijzonder dat het debuut van Sparklehorse zonder aarzeling beschouwd mag worden als een moderne klassieker.
Vivadixiesubmarinetransmissionplot wordt bij de release in 1995 wereldwijd welwillend ontvangen. En het lijkt dan ook dat het muzikale succes Mark Linkous eindelijk toelacht. Maar in januari 1996 slaat het noodlot toe na een optreden in London. Door overmatig gebruik van valium en anti-depressiva raakt hij na een val in de badkuip van zijn hotelkamer veertien uur buiten bewustzijn. Gedurende deze tijd raken zijn benen bekneld onder zijn lichaam en wordt de bloedcirculatie volledig afgesloten. Dan krijgt Linkous later in het ziekenhuis een hartstilstand en overlijdt hij bijna. Electroshocks redden zijn leven. Mark Linkous moet maandenlang revalideren en zal wanneer hij de muzikale draad weer oppakt zijn live-optredens voorlopig moeten doen vanuit een rolstoel. Gelukkig blijft hij de daaropvolgende jaren uitstekende platen maken, getuige Good Morning Spider (1998) en It’s A Wonderful Life (2001), maar zijn productie wordt allengs minder en de depressies nemen stormenderhand toe. Uiteindelijk wordt het hem teveel, waardoor hij naar het ergste middel moet grijpen. Mark Linkous is 47 jaar als hij op 6 maart 2010 met een geweerschot door het hart een einde aan zijn leven maakt.

Homecoming Queen / Weird Sisters / 850 Double Pomper Holley / Rainmaker / Spirit Ditch / Tears On Fresh Fruit / Saturday / Cow / Little Bastard Choo Choo / Hammering The Cramps / Most Beautiful Widow In Town / Heart Of Darkness / Ballad Of A Cold Lost Marble / Someday I Will Treat You Good / Sad & Beautiful World / Gasoline Horseys


maandag 26 november 2012

Guy Clark | Old No. 1


Het is algemeen bekend dat Guy Clark in 1963 in Houston, Texas Townes Van Zandt ontmoette en met hem bevriend raakte. Ook is bekend dat de botenbouwer en songschrijver Clark en bohemien Van Zandt beïnvloed werden door blueslegenden Mance Lipscomb en Lightnin’ Hopkins. Minder bekend is dat Guy Clark rond 1968 deel uitmaakte van Mayo Thompsons experimentele en radicale band The Red Crayola. Van de dwarsheid van Thompson zal hij ongetwijfeld wat meegekregen hebben, want Clark is geen doorsnee singer-songwriter. Guy Clark is de ware cosmic cowboy die de traditionele country verre ontstijgt en een idioom voor zichzelf heeft gecreëerd. Clark is chroniqueur van het harde leven van de gewone man in West Texas, waarin vrouwen, verlaten wegen, treinen en olie een bepalende rol spelen. Guy Clark zal zich echter eerst in Californië moeten vestigen voordat zijn Texaanse verhalen op vinyl worden vastgelegd. Hij betrekt een appartement in Long Beach met zijn toekomstige (tweede) vrouw Susanna en werkt daar als een ambachtsman aan zijn songs, noteert alle invallen op servetten en verpakkingspapier. Jerry Jeff Walker neemt dan Clarks ‘L.A. Freeway’ op, met als gevolg dat Clark een deal krijgt bij RCA. In 1971 verhuist het stel naar Nashville.
Hoewel Clark tientallen songs schrijft, zal het tot 1975 duren voordat zijn debuut, Old No. 1, verschijnt. Maar dat is niet voor niets, want Old No. 1, met op de hoes een schilderij van Susanna Clark, heeft voor een debuut een ongekende muzikale en poëtische rijpheid. De Texaanse bluesinvloed is terug te horen in Clarks zang en gitaarspel, maar in de meer uptemponummers als ‘Rita Ballou’ en ‘Texas – 1947’ klinkt Clark versterkt door de harmony-zang van Emmylou Harris als de ware troonopvolger van Gram Parsons. In de intieme en zwalkende ballads maakt Clark, zowel de tekstschrijver als de verfijnde gitarist, echter de meest indruk. ‘Like A Coat From The Cold’ heeft de middernachtelijke sfeer van Tom Waits’ Closing Time, ‘Instant Coffee Blues’ is een duister dronkenmanslied en ‘She Ain’t Goin’ Nowhere’, met fraai pedal steelspel, bezit een prachtig refrein dat de meesterlijke zinsnede bevat She ain’t going nowhere / She’s just leaving. ‘L.A. Freeway’ – de vluchtweg uit Los Angeles – is een klassieke countrysong, evenals het door velen gecoverde ‘Desperadoes Waiting For A Train’ – op zichzelf al een Texaanse icoon. Dit alles samengevoegd – en het verbazingwekkende feit dat het een debuutplaat betreft – maakt Old No. 1 tot een waar countryrock meesterwerk. Guy Clark heeft zich hiermee in een klap gevestigd als briljant singer-songwriter.

Rita Ballou / L.A. Freeway / She Ain’t Goin’ Nowhere / A Nickel For The Fiddler / That Old Time Feeling / Texas – 1947 / Desperadoes Waiting For The Train / Like A Coat From The Cold / Instant Coffee Blues / Let Him Roll

vrijdag 23 november 2012

Andrew Combs | Worried Man


Wat in het bijzonder opvalt aan Andrew Combs is dat hij gezegend is met een smachtende, klassieke singer-songwriter stem, die je subiet zijn liedjes in zuigt. Combs is een groots talent. Hij groeide op in Texas, maar vestigde zich in Nashville, Tennessee waar hij zijn debuut Worried Man opnam. In 2010 maakte hij nogal indruk met de ep Tennessee Time en nu lost de nog jonge troubadour de belofte in met een geweldig singer-songwriters-album. Andrew Combs bezit de karakteristieken van zowel een jonge Guy Clark als die van Ryan Adams ten tijde van Heartbreaker, maar kruipt ook in de huid van de Westcoast-countryrock van Jackson Browne's Too Late For The Sky: 'Runnin' You Out Of My Mind' is compleet met David Lindley-gitaarspel daar een prachtig weemoedig voorbeeld van. De band van Combs is fraai uitgerust met orgel, piano, pedal steel, dobro en mandoline, wat dan ook een evenwichtig, organisch klankbeeld oplevert. 'Please, Please, Please', 'Heavy', 'Take It From Me' en 'Too Stoned To Cry' zijn prachtige liedjes, evenals het swampy 'Worried Man'. 'Lonely Side Of Love' is, zoals het een ware singer-songwriter betaamt, de melancholieke, droevige en akoestische afsluiter van een geweldige plaat van een uitzonderlijk talent dat nadrukkelijk in de voetsporen van de klassiekers treedt.

Devil's Got My Woman / Please, Please, Please / Heavy / Big Bad Love / Come Tomorrow / Take It From Me / Runnin' You Out Of My Mind / Too Stoned To Cry / Why Oh Why / Worried Man / Lonely Side Of Love

donderdag 22 november 2012

Dire Straits | Dire Straits


Punk is in 1977 het lawaaiige verzet tegen de gevestigde muzikale orde en overschreeuwt zeker in het hippe Londen alles en iedereen. Voor een band die het liefst fluisterend en laidback speelt – en aldus op zijn eigen manier stelling neemt tegen de molochen van de rockmuziek – lijkt er nauwelijks enige aandacht. Toch, als een demo van 'Sultans Of Swing' gedraaid wordt in Charlie Gilletts Honky Tonk-radioprogramma, is Dire Straits binnen twee maanden getekend door major Phonogram voor maar liefst zeven lp's. Maar er is weinig opwinding, wat goed past bij de relaxte sound en de eenvoudige bezetting: zanger/gitarist Mark Knopfler, ritmegitarist en jonger broertje David, bassist John Illsley en drummer Pick Withers, de laatste afkomstig uit de progrockband Spring. Mark Knopfler, kantoorbediende, verslaggever en leraar, groeit op in Newcastle, studeert in Leeds en zoekt zijn geluk in Londen – en vindt dat met zijn eerste band, Dire Straits. In alle rust neemt het kwartet in februari 1978 in de Basing Street Studios zijn debuut op met producer Muff Winwood.
Dan, als in de zomer van 1978 de gelijknamige debuutplaat uitkomt, is er, hoe onmodieus ook, beslist sprake van een nieuw geluid. Toegegeven, de pubrock van Brinsley Schwarz, de americana van The Band en de relaxte backporch gitaarsound van J.J. Cale maken alle deel uit van de rootsy countrypop van de Londenaren, maar de clevere samensmelting van stijlen en invloeden leiden op het uitstekende debuut tot een niet eerder gehoord geluid. De simpele maar uiterst doeltreffende backbeat is het ideale fundament voor Knopflers pickin' gitaarsound en lekker slome zang, die niettemin een prima vehikel is voor sfeertekeningen van stadse taferelen en personages die met een enkele penseelstreek worden neergezet. 'Down To The Waterline' en 'Sultans Of Swing' zijn enthousiasmerende rocksongs, en 'Water Of Love' is een aanstekelijke zij het traditionele skifflesong. Maar uitblinkend in sfeer en melancholie zijn bedachtzame rockliedjes als het funky 'In The Gallery', 'Wild West End', 'Lions' en het stompende 'Six Blade Knife'. En zo is Dire Straits, met op de hoes een sfeervol en mysterieus schilderij van Chuck Loyola, van een bewonderenswaardige onnadrukkelijkheid; wars van pretenties, wars van kapsones. Maar in Engeland wordt het album lauw ontvangen, dit in tegenstelling tot een razend enthousiaste ontvangst in Amerika, Duitsland en ook Nederland – en dé zomerhit van 1978 is 'Sultans Of Swing'.
Miljoenen exemplaren worden er verkocht van Dire Straits, een lot dat de plaat deelt met alle volgende Dire Straits-platen, wat de band tot een van de grootste bands ter wereld maakt. Met als onvermijdelijk gevolg een imago van zelfvoldane mannen, het zicht ontnemend op dat frisse, speelse en ook magistrale debuut.

Down To The Waterline / Water Of Love / Setting Me Up / Six Blade Knife / Southbound Again / Sultans Of Swing / In The Gallery / Wild West End / Lions 

dinsdag 20 november 2012

Blue Orchids | The Greatest Hit (Money Mountain)


Hopeless people’, zegt Mark E. Smith van The Fall over zijn werknemers Martin Bramah en Una Barnes als hij ze in 1979 uit zijn band zet. Het echtpaar Bramah (zang, gitaar) en Barnes (toetsen) vormt subiet hun eigen versie van The Fall: Blue Orchids. Bramah en Barnes worden bijgestaan door Rick Goldstraw (gitaar), Steve Toyne (bas) en Joe Kin (drums) en beconcurreren hun voormalig broodheer in het clubcircuit van Manchester. De gebutste rammelpunk van The Fall en Smiths angstaanjagende gutturale klanken zijn echter met niets vergelijkbaar; dus ook niet met de industriële punksound van de Blue Orchids. Bovendien wordt de sound van Blue Orchids gekenmerkt door een sterk psychedelische inslag, wat in extremis tot uiting komt in het zwabberende en jengelende Farfisa-orgel van Una Barnes. Het geeft Blue Orchids in het door doem gedomineerde Manchester een aparte en afwijkende sound. Het duurt dan ook maar even voordat een platenlabel Blue Orchids oppikt. Rough Trade – het indie punklabel uit Londen – tekent de band, waarmee Blue Orchids labelgenoten worden van The Fall.
De eerste singles van Blue Orchids – ‘The Flood’ en ‘Work’ doen het goed in een selecte, maar beperkte kring. Duidelijk wordt dat Blue Orchids méér is dan postpunk: The Stooges, The Seeds en vooral The Velvet Underground lijken de aartsvaders van Bramah en Barnes. Nog voor de opnamen van de debuut-lp verschuift Rick Goldstraw naar bas en is Toby de nieuwe drummer. In deze bezetting begeleidt Blue Orchids chanteuse Nico – dan extreem zwaar verslaafd – op een uitputtende tournee door Engeland en ook door Nederland. Met deze ervaring – en de nodige drugs – begint Blue Orchids in het voorjaar van 1982 aan de opnamen van hun debuutplaat. Na slechts twee weken zijn de opnamen voltooid, waarna al in mei het nogal ironische getitelde The Greatest Hit (Money Mountain) verschijnt. Tien postpunknummers, gedomineerd door monotone zang, voortjagende gitaren en zeurend orgel, het spits afgebeten door de zongedroogde acid-rock van ‘Sun Connection’. Blue Orchids etaleert op The Greatest Hit een soort tweedehands romantiek, gebutst en beschadigd, geworteld in nocturne rock-‘n-roll. Donker en intens zijn gejaagde rockers als ‘Dumb Magician’ en ‘Hanging Man’, geestverruimend is het prachtige ‘A Year With No Head’ en intens melancholiek ‘Bad Education’ – met alweer het rondzingende orgeltje van Baines Met het schitterende en downbeat ‘Mad As The Mist And Snow’ sluit The Greatest Hit dan zeer indrukwekkend af.
Het bleef bij een plaat: Blue Orchids viel uiteen; het echtpaar Bramah/Barnes viel uiteen. Ze kunnen wel bogen op een van de meer bijzondere underground-albums van de Britse postpunk, wat ook gelijk iets zegt over de marginale betekenis ervan.

Sun Connection / Dumb Magician / Tighten My Belt / A Year With No Head / Hanging Man / Bad Education / Wait / No Looking Back / Low Profile / Mad As The Mist And Snow

maandag 19 november 2012

Tom Petty And The Heartbreakers | Tom Petty And The Heartbreakers


In 1974, 34 jaar voor hun debuutplaat uitkomt, zet Mudcrutch voor het eerst voet op Californische bodem. De band, met aan het stuur van de VW-bus Tom Petty, heeft dan ruim 2.100 mijl afgelegd vanaf hun woonplaats Gainesville, Florida. Mudcrutch komt al snel onder contract bij Shelter Records, het label van de Britse producer Denny Cordell en muzikant Leon Russell. Cordell brengt Mudcrutch naar thuisbasis Tulsa, Oklahoma voor plaatopnamen, maar dan is dan band al uiteen gevallen. Russell heeft echter wel oog voor bassist Tom Petty en tekent hem als solo-artiest. Maar Petty, ontevreden over zijn studio-demo's, beseft dat hij een band nodig heeft en dus stelt hij een begeleidingsband samen met daarin ex-Mudcrutch-leden Mike Campbell (gitaar) en Benmont Tench (toetsen), en drummer Stan Lynch en bassist Ron Blair: The Heartbreakers. In de Shelter Studio in Hollywood, Californië nemen ze hun debuut op; negen Petty-composities, één van Campbell.
Als de plaat, Tom Petty And The Heartbreakers, in 1976 uitkomt blijkt de band zich te bevinden op het onwaarschijnlijke kruispunt tussen de traditionele heartland-rock van Bruce Springsteen en de frisse new wave-invalshoek van de New York-scene; tussen eindeloze highways en de dreiging van de grote stad. Enerzijds stralen The Heartbreakers met hun leren jekkies en jeugdige bravoure een punky attitude uit, anderzijds baseren zij zich met hun Vox-gitaren en Rickenbackers op de sixtiesmuziek van The Rolling Stones, The Beatles en The Byrds. Met hun energieke, gecompresseerde sound in jachtige rockers als 'Anything That's Rock 'n' Roll' en 'Strangered In The Night' blijken Petty en zijn Heartbreakers zich uitstekend thuis te voelen in het opportunistische kamp van de jonge generatie. Maar de band verliest daarbij – ondanks Petty's snerende, geknepen stem – de classic rock niet uit het oog, getuige memorabele rockliedjes als 'The Wild One, Forever' en 'Fooled Again (I Don't Like It)'. Daadwerkelijk klassiekers zijn het Wurlitzer-gestuurde 'Breakdown' en 'American Girl', met zijn jachtige drums en waterval van Rickenbacker-gitaren de ultieme radio-rocksong. Niet alleen in Amerika breken Tom Petty And The Heartbreakers door, ook in Engeland wordt de band, toerend in het voorprogramma van Nils Lofgren, royaal onthaald. En een jaar later staan Tom Petty And The Heartbreakers geprogrammeerd op Pinkpop. Als in 2008 de debuutplaat van Mudcrutch wordt gereleased, heeft Tom Petty er met zijn Heartbreakers er zo'n tien albums opzitten, en drie als solo-artiest – waarvan de laatste, Highway Companion, nog altijd relevant is.

Rockin' Around (With You) / Breakdown / Hometown Blues / The Wild One, Forever / Anything That's Rock 'n' Roll / Strangered In The Night / Fooled Again (I Don't Like It) / Mystery Man / Luna / American Girl

zondag 18 november 2012

The Hiders | Valentine


Billy Alletzhauser is al van jongs af aan een muzikant in al zijn vezels. Zijn muzikale leven speelt zich echter aanvankelijk louter binnenskamers af, maar eind jaren tachtig treedt Alletzhauser naar buiten als gitarist van de uit Cincinnati, Ohio afkomstige Ass Ponys. Nog steeds min of meer vanuit huis – en zijn huisstudio, The Batcave – begint Alletzhauser met Beth Harris vervolgens een eigen band: The Hiders. Zonder platencontract brengen Alletzhauser en Harris een band op de been met daarin naast de ritmesectie gitarist en pedal steel-speler Toby Harris. In 2006 neemt het gezelschap in Nashville, Tennessee met producer Brad Jones (Matthew Sweet, Cotton Mather, Dolly Varden) het debuutalbum Valentine op, dat Alletzhauser in eigen beheer uitbrengt. Valentine is zo'n plaat die – hoewel onbekend en obscuur – in al zijn poriën een klassieke Westcoast countryrockplaat is vanwege de pedal steel, mondharmonica, epische gitaarsolo's en de lijzige Neil Young-zang. De eerste twee nummers klinken nogal folky en rollen en wiegen aangenaam op een lome beat en de fluisterstemmen van Alletzhauser en Harris, overigens met de allure van Gram Parsons en Emmylou Harris. Daarna begint het echte werk als de gitaar en de pedal steel in stelling worden gebracht. Traag, stroperig en met scheurend gitaarwerk trekken dan de hoogtepunten voorbij: 'Bones In The Well', 'Lets Forget' en de zeven goddelijke minuten van 'Persephone', Alletzhausers eigen 'Cowgirl In The Sand'. Verder worden smaakvol sixtiesinvloeden – Moby Grape, Buffalo Springfield – geïntegreerd in het heldere en soms rafelige bandgeluid. En ook dan zijn de retro-countrypsych-liedjes van een uitzonderlijk hoog kaliber – 'Hawaiian Ice', 'You Can't Hurt Me Anymore' – om maar niet te spreken van de dromerige en feërieke rustpunten die de trekkende gitaarsongs perfect afwisselen. Op het snijpunt van retro, countryrock en vintage-Neil Young, Valentine is een schitterend debuut van de kosmische cowboys van The Hiders.

Everything I Wanted / Hideous Sunbeam / Bones In The Well / Lets Forget / Persephone / Hawaiian Ice / Magic Show / Take Me Back / Bury Me / You Can't Hurt Me Anymore / Into The Sun