Vergéét
Chatham County Line. De akoestische Appalachan-folk van
allen-rondom-de-microfoon moet, ja moet plaats maken voor The
Great Reprise van Stillhouse, eveneens uit Raleigh, North
Carolina. Stillhouse dateert van voor Chatham County Line, maar
eindigt als de wegen van zanger-gitarist Dave Wilson en drummer Zeke
Hutchins en basist Jay Brown zich scheiden; de laatste twee gaan Tift
Merritt begeleiden, Wilson richt Chatham County Line op. In 2005
verschijnt het debuut van Stillhouse, Through The Winter,
een prachtige, ouderwetse countryrockplaat. Wilson, Brown en Hutchins
hebben Chatham County Line-instrumentalist Greg Readling weten te
strikken – hij voegt pedal steel en piano toe – zodat Stillhouse
een volwaardige countryrockgroep is. Dat blijkt acht jaar later
opnieuw met de release van The Great Reprise,
een warmbloedig, ronduit schitterend album en van een intense
schoonheid. Dave Wilson is een begenadigd schrijver van magnifieke
liedjes, waarin hij melodie aan muzikaliteit paart. Gezegend met een
wondermooi stemgeluid, brengt Wilson warmte en een goed gevoel over
in fraaie liedjes als 'Put It Back' en 'Running Away'; liedjes
bovendien met catchy hooks. Ingetogen
begeleid door 12-snarige gitaar, pedal steel en piano imponeert de
singer-songwriter Wilson met intieme en melancholieke songs. Ronduit
adembenemend zijn dan ook de verstilde hoogtepunten 'Automobile',
'Old Fool In Love' en 'To The Light'. Tien countryliedjes vol van
berusting, weemoed en verlangen, The Great Reprise is
een authentiek meesterstuk. Klein, bescheiden, maar van een groot
gewicht.
woensdag 29 mei 2013
Stillhouse | The Great Reprise
dinsdag 28 mei 2013
Morning | Morning
Na
het uiteenvallen van de band die Forever Changes heeft
voortgebracht, formeert Arthur Lee in augustus 1968 een nieuwe Love.
Jay Donnellan is de gitarist in deze Love-versie en is met zijn
psychedelische spel zeer prominent aanwezig op Four Sail en
Out There. Als Arthur Lee zijn bandleden opnieuw ontslaat
trekt Jay Donnellan zich vanuit Los Angeles terug naar de heuvels van
de San Fernado Valley, neemt de naam Jay Lewis aan en richt met twee
vrienden The Morning And The Evening op. Het drietal – Lewis
(gitaar, banjo), Jim Hobson (piano, orgel) en Barry Brown (gitaar,
drums) – richt een provisorische studio in met de nogal
pretentieuze naam The Recording Studio Inc. en houdt zich als een
ware hippiefamilie de hele dag bezig met muziek maken. Vrienden komen
erop af en omgekeerd evenredig met de verkorting van de bandnaam in
het eenvoudige Morning, dijt de band uit tot een collectief van zes
personen. Lewis, Hobson en Brown vormen echter de kern van Morning;
zijn verantwoordelijk voor teksten, muziek en productie – en de
prachtige harmonieuze samenzang. Hoewel het trio hun artistieke
vrijheid wil behouden, tekenen ze toch bij grote platenmaatschappij
Vault.
Op de zelfgetitelde debuut-lp, die in Engeland op Liberty
verschijnt, bestaat Morning naast het trio uit Terry Johnson
(gitaar), Jim Kehn (zang, gitaar, drums) en Bruce Wallace (bas). Er
is bovendien een gastrol voor pedal steelspeler Al Perkins. Dit
collectief heeft met Morning een prachtige, zweverige
countryrockplaat gemaakt. De band heeft alle typische
Westcoast-sounds in zich verenigd: Byrdsy folkrock, Moby
Grape-achtige psychedelica en Crosby, Stills & Nash-harmoniën.
Zodoende koppelt het organische countryrock aan slaperige,
meerstemmige folkrock. ‘Angelena’ is zo’n folky liedje, met
prachtige zang en tinkelend pianospel, evenals ‘Easy Keeper’ en
‘As It Was’. ‘Roll ‘Em Down’ en ‘It’ll Take Time’
zijn klassieke countryrocksongs van het soort waar The Eagles later
furore mee zullen maken, terwijl de pychedelische pop van ‘Early
Morning’ en het barokke ‘And I’m Gone’ voor een nog rijker
klankbeeld zorgen. Maar er is nog meer. De plaatkanten sluiten
namelijk beide af met adembenemende miniatuurtjes. Kant 2 met het
schitterende countryliedje ‘Dirty Roads’ en kant 1 met het
hoogtepunt van dit album; de pure magie van bitterzoete samenzang en
het welhaast vloeibare elektrische gitaarspel van Jay Lewis in
‘Sleepy Eyes’. Morning heeft echter geen enkel succes, net
zo min als de fraaie opvolger Struck Like Silver (1972), met
als gevolg dat Morning voor altijd tot de obscuriteit gedoemd lijkt
te zijn.
Angelena
/ Early Morning / Tell Me A Story / Easy Keeper / Roll ‘Em
Down / Sleepy Eyes / New Day / As It Was / Time / It’ll Take Time /
And I’m Gone / Dirt Roads
maandag 27 mei 2013
Pernice Brothers | Overcome By Happiness
In
1997 gaat Scud Mountain Boys op de helling. Sleutelfiguren Frank
Padellaro en Joe Pernice beginnen hun eigen band: Padellaro King
Radio, Pernice Pernice Brothers. De laatste verlaat het pad van de
alternatieve country en zoekt zijn weg in de pop van Burt Bacharach,
Bread en Colin Blunstone. Geruggensteund door een nieuw label
(Rykodisc) en gelouterde muzikanten als Michael Deming (producer van
de Gigolo Aunts en The Lilys), Aaron Sperske (Beachwood Sparks),
Peyton Pinkerton (Weezer),Tom Monahan (Scud Mountain Boys) en een
compleet orkest, neemt Pernice Overcome
By Happiness op.
De country- en folkinvloeden zijn resoluut naar de achtergrond
verdrongen ten faveure van een popbenadering. De drums en bas zijn
ten opzichte van Scud Mountain Boys steviger aangezet en zanger Joe
Pernice laat zich nadrukkelijker gelden. Britse invloeden als
Badfinger en The Zombies doen definitief hun intrede en ook doen de
Pernice Brothers herinneren aan de perfecte poprock van Big Star.
Melancholiek en melodieus, catchy en introspectief – Pernice
betoont zich meermalen de treurige troubadour – Overcome
By Happiness heeft
dit alles in zich en ademt met hemelse, van weemoed druipende liedjes
als 'Sick Of You', 'Dimmest Star', 'Shoes And Clothes' en 'Wherein
Obscurely' een bijzonder grote muzikale rijkdom. Overcome
By Happiness zet
de standaard voor een imposant, zich decennialang uitstrekkend
Pernice-oeuvre.
Crestfallen
/ Overcome By Happiness / Sick Of You / Clear Spot / Dimmest Star /
Monkey Suit / Chicken Wire / Wait To Stop / All I Know / Shoes And
Clothes / Wherein Obscurely / Ferris Wheel
zondag 26 mei 2013
Ted Nugent | Ted Nugent
Hij
heeft voldoende tegen zich spreken; zo is Ted Nugent een behoorlijke
rechts-reactionair, een voorvechter van vrij wapenbezit en een
pleitbezorger van de jacht – waarover hij het boek Kill
It & Grill It schreef.
Ted Nugent is ook nog eens een tamelijk beroerd zanger, maar daar
staat tegenover dat hij een ras-performer en showman is en vooral een
briljante rock-'n-rollgitarist. Theodore Anthony Nugent is afkomstig
uit Detroit, Michigan en is vanaf midden jaren zestig actief in The
Amboy Dukes, die vanwege Teds showboatin'
op
zijn Gibson Birdland-gitaar begin jaren zeventig worden omgedoopt tot
Ted Nugent & The Amboy Dukes. De volgende logische stap is een
solocarrière, die in 1975 van start gaat met het zelfgetitelde
Ted
Nugent.
Ted is dan door zijn enerverende, spetterende live-optredens al flink
populair in de rockarena's van het Midwesten en staat alom bekend als
de Motor City Madman. Nugents debuutplaat sluit naadloos aan bij
diens live-reputatie: vette boogie, pompende hardrock en opwindende
gitaarsolo's. Ted Nugent bespeelt zijn kolossale Gibson-gitaar als
een kogelspuwende mitrailleur in rocknummers met een hoog
octaangehalte als 'Stormtroopin'', 'Motor City Madhouse', 'Just What
The Doctor Ordered' en het absoluut geniale 'Stranglehold'. Het pleit
overigens voor Nugent dat hij bij wijze van adempauze een poëtisch,
jazzy liedje als 'You Make Me Feel Right At Home' inlast. Ted
Nugent is,
gelijk de debuutplaten van Aerosmith, Montrose en Van Halen, een
klassieke Amerikaanse hardrockplaat en het startschot van een
imposante carrière die tot spijt van sommigen voortduurt tot
op de dag van vandaag.
Stranglehold
/ Stormtroopin' / Hey Baby / Just What The Doctor Ordered / Snakeskin
Cowboys / Motor City Madhouse / Where Have You Been All My Life / You
Make Me Feel Right At Home / Queen Of The Forest
zaterdag 25 mei 2013
Zakk Wylde | Book Of Shadows
Zakk Wylde
is een allesverslindend gitaarmonster; een heavy metal-gitarist van
het agressieve en gespierde soort. Zijn samenwerking met Ozzy
Osbourne omspant maar liefst twee decennia – in 1988 was de
21-jarige knaap uit Bayonne, New Jersey voor het eerst te horen op
een album van Ozzy. Na zeven jaar Ozzy Osbourne gaat Wylde in 1994
voor zijn eigen kansen en komt, gesteund door het grote Geffen,
verrassend voor de dag met zijn southern rock-trio Pride & Glory.
Nog verrassender is de stap die Zakk Wylde in 1996 zet met een heus
singer-songwritersalbum: Book
Of Shadows.
Hier domineren akoestische gitaren, piano en orgel in organische
rocksongs die zelfs opgeluisterd worden met sfeervolle, herfstige
strijkers. Zakk Wylde blijkt over een
uitstekend rauw stemgeluid te beschikken, dat nu eens niet overstemd
wordt door zessnarige powerchords. Dat neemt echter niet weg dat
Wylde's merendeels stemmige liedjes – organisch, melodieus en
bedachtzaam – regelmatig enthousiast opgepookt worden door
fantastische gitaarsolo's. Uit onverwachte hoek dus, dit superieure,
beheerste solo-album van een temperamentvolle gitaarbeul.
Between
Heaven And Hell / Sold My Soul / Road Back Home / Way Beyond Empty /
Throwin' It All Away / What You're Look'n For / Dead As Yesterday /
Too Numb To Cry / The Things You Do / 1,000,000 Miles Away / I Thank
You Child
donderdag 23 mei 2013
A. More | Flying Doesn’t Help
In
eerste instantie lijkt A. More nogal een mystificatie. Als deze More
in 1979 vanuit het tamelijke niets Flying Doesn’t Help via
een onbetekenend label op de markt slingert, is hij de grote
onbekende. A. More? Wie is hij? A. More blijkt A. Moore te zijn en A.
Moore is Anthony Moore, een van origine componist van filmmuziek.
Moore trekt eind jaren zestig van Londen naar Duitsland en sluit zich
aldaar aan bij een groep experimentele filmmakers. In Hamburg raakt
hij verliefd op de jazzzangeres Dagmar Krause, trouwt met haar en
gaat ook muzikaal een verbond met haar aan. Met de Amerikaanse
tekstschrijver Peter Blegvad vormen de Brit Moore en de Duitse Krause
het trio Slapp Happy. Na een lp in 1972 voor het Duitse
Polydor-label, waarop de krautrockers van Faust als begeleidingsband
fungeren, verkassen Moore, Krause en Blegvad naar Londen en vinden
onderdak bij Virgin Records.
De lp Slapp Happy wordt een van
de eerste bescheiden succesjes van Virgin, maar dit wordt al snel
overvleugeld door de impact van Mike Oldfields Tubular Bells.
In een poging een doorbraak te forceren wordt Slapp Happy
samengevoegd met het avantgardistische gezelschap Henry Cow. De
geforceerde samenwerking levert twee lp’s op, maar het is geen
succes. In 1975 verlaten Peter Blegvad en Anthony Moore dan ook het
collectief. Moore gaat dan werken aan een solo-lp die echter nooit
het licht zal zien omdat Virgin Moore bij het grofvuil zet. Aan het
eind van de jaren zeventig werkt Moore gedurende anderhalf jaar aan
zijn volgende soloplaat. In de Workhouse Studios neemt hij in dode
studiotijd de tracks op die later Flying Doesn’t Help zullen
vormen. Moore is verantwoordelijk voor zang, gitaren, toetsen en
elektronica, en krijgt hulp van bevriende muzikanten zoals producer
Laurie Latham en de Manfred Mann’s Earth Band-ritmesectie Chris
Slade en Matt Irving.
Eind 1979 verschijnt Flying Doesn’t Help
op Moore’s eigen Quango Records & Red Tapes-label in een
oplage van 15.000 stuks. Flying Doesn’t Help zit de
tijdgeest dicht op de huid met zijn schurende elektronica, metalige
productie en vernuftig geconstrueerde songs. De arty sfeer
doet denken aan het beste werk van Brian Eno en John Cale; aan
muzikale excentriekelingen als Bill Nelson en Peter Hammill; en aan
een plaat als Bowie’s Lodger. De nadruk ligt vooral op de
melodie; het is immers de new wave-tijd. ‘Judy Get Down’ is een
geweldige openingssong, en een single waardig. Het vervolg doet hier
beslist niet voor onder, zoals ‘Ready Ready’ met zijn bonkende
piano, stuwende ritme en dissonante geluiden, het duistere en met
zware gitaren afgezoomde ‘Lucia’ en het aanstekelijke ‘Caught
Being In Love’. Ook de zeer fraaie popliedjes ‘Girl It’s Your
Time’ en ‘War’ profiteren van Moore’s spacey effecten,
krassende gitaren en stotende pianospel. Het totale gebrek aan
promotie en de afwezigheid van informatie op de hoes – met daarop
een al even non-descripte foto van een vliegveld – verhinderen niet
dat alle 15.000 exemplaren vlot van de hand gaan en van Flying
Doesn’t Help een obscuur collector’s item maken. Anthony
Moore zelf blijft ook na opvolger World Service in 1980 een
cult-artiest met een lege bankrekening.
Judy
Get Down / Ready Ready / Useless Moments / Lucia / Caught Being In
Love / Timeless Strange / Girl’s
It’s Your Time / War / Just Us / Twilight ( Uxbridge Rd.)
woensdag 22 mei 2013
Mayfly | Mayfly
Een
ontmoeting op het Plein in Bergen, Noord Holland, is in 1969 het
begin van de legendarisch folkgroep Mayfly. Legendarisch, omdat het
bij een lp zal blijven en de groep wegens gebrek aan succes zichzelf
in 1974 alweer opheft. Die ene lp, het eponieme Mayfly,
uitgebracht in 1972 is een wonderschone, sprookjesachtige folkplaat
die én het tijdsbeeld prachtig weergeeft én de tand des
tijds moeiteloos heeft doorstaan.
Ontdekt
door Jaap Hos van het Alkmaarse Lowland Trio ('Ik Kan Geen Kikker Van
De Kant Af Duwen') en getekend door Ariola's Evert Wilbrink, tevens
recensent bij de Veronica-gids, nemen Maarten en Ide Min, Gustaaf en
Onno Verburg, Arie de Geus, Rinus Groeneveld en Huub Nijhuis in Den
Haag hun album op. Hoewel de sound van Mayfly voornamelijk akoestisch
is, is het rijk georkestreerd met cello, viool, blok- en dwarsfluit,
saxofoon, piano en allerlei gitaren: akoestisch, 12-snarig en
elektrisch. De composities zijn voortreffelijk en van een lyrische
pracht; combineren pastorale folk met beatleske melodielijnen.
Ronduit schitterend zijn 'From Now On', 'Dawn Of An Old Man's Life',
'Lemoncake' en 'The Stable', maar de overige, betoverende liedjes
doen er weinig voor onder. Vanzelfsprekend plugt de Veronica-gids de
Mayfly-lp stevig – en terecht – maar wegens visueel niet bijster
aantrekkelijke optredens delft Mayfly jammerlijk het onderspit tegen
bands als Kayak, Alquin en Solution. Eén prachtig album levert
het op, een album dat decennialang in de vergetelheid vertoeft, maar
dat in 2011 een cd-release krijgt op het Koreaanse Big Pink-label.
From
Now On / Symptons Of Summer / 'Dawn Of An Old Man's Life / The Smell
Of It / Lemoncake / The Stable / Intermezzo / Secondhand Dream / Blue
Sofa / She Leaveth Me / Topless Bertha
Abonneren op:
Posts (Atom)





