woensdag 29 mei 2013

Stillhouse | The Great Reprise

Vergéét Chatham County Line. De akoestische Appalachan-folk van allen-rondom-de-microfoon moet, ja moet plaats maken voor The Great Reprise van Stillhouse, eveneens uit Raleigh, North Carolina. Stillhouse dateert van voor Chatham County Line, maar eindigt als de wegen van zanger-gitarist Dave Wilson en drummer Zeke Hutchins en basist Jay Brown zich scheiden; de laatste twee gaan Tift Merritt begeleiden, Wilson richt Chatham County Line op. In 2005 verschijnt het debuut van Stillhouse, Through The Winter, een prachtige, ouderwetse countryrockplaat. Wilson, Brown en Hutchins hebben Chatham County Line-instrumentalist Greg Readling weten te strikken – hij voegt pedal steel en piano toe – zodat Stillhouse een volwaardige countryrockgroep is. Dat blijkt acht jaar later opnieuw met de release van The Great Reprise, een warmbloedig, ronduit schitterend album en van een intense schoonheid. Dave Wilson is een begenadigd schrijver van magnifieke liedjes, waarin hij melodie aan muzikaliteit paart. Gezegend met een wondermooi stemgeluid, brengt Wilson warmte en een goed gevoel over in fraaie liedjes als 'Put It Back' en 'Running Away'; liedjes bovendien met catchy hooks. Ingetogen begeleid door 12-snarige gitaar, pedal steel en piano imponeert de singer-songwriter Wilson met intieme en melancholieke songs. Ronduit adembenemend zijn dan ook de verstilde hoogtepunten 'Automobile', 'Old Fool In Love' en 'To The Light'. Tien countryliedjes vol van berusting, weemoed en verlangen, The Great Reprise is een authentiek meesterstuk. Klein, bescheiden, maar van een groot gewicht.

Put It Back / Running Away / Leave This World / Say Goodbye / Automobile / Calling / Old Fool In Love / She Makes My Mind / Time It Takes To Die / To The Light

dinsdag 28 mei 2013

Morning | Morning

Na het uiteenvallen van de band die Forever Changes heeft voortgebracht, formeert Arthur Lee in augustus 1968 een nieuwe Love. Jay Donnellan is de gitarist in deze Love-versie en is met zijn psychedelische spel zeer prominent aanwezig op Four Sail en Out There. Als Arthur Lee zijn bandleden opnieuw ontslaat trekt Jay Donnellan zich vanuit Los Angeles terug naar de heuvels van de San Fernado Valley, neemt de naam Jay Lewis aan en richt met twee vrienden The Morning And The Evening op. Het drietal – Lewis (gitaar, banjo), Jim Hobson (piano, orgel) en Barry Brown (gitaar, drums) – richt een provisorische studio in met de nogal pretentieuze naam The Recording Studio Inc. en houdt zich als een ware hippiefamilie de hele dag bezig met muziek maken. Vrienden komen erop af en omgekeerd evenredig met de verkorting van de bandnaam in het eenvoudige Morning, dijt de band uit tot een collectief van zes personen. Lewis, Hobson en Brown vormen echter de kern van Morning; zijn verantwoordelijk voor teksten, muziek en productie – en de prachtige harmonieuze samenzang. Hoewel het trio hun artistieke vrijheid wil behouden, tekenen ze toch bij grote platenmaatschappij Vault. 
Op de zelfgetitelde debuut-lp, die in Engeland op Liberty verschijnt, bestaat Morning naast het trio uit Terry Johnson (gitaar), Jim Kehn (zang, gitaar, drums) en Bruce Wallace (bas). Er is bovendien een gastrol voor pedal steelspeler Al Perkins. Dit collectief heeft met Morning een prachtige, zweverige countryrockplaat gemaakt. De band heeft alle typische Westcoast-sounds in zich verenigd: Byrdsy folkrock, Moby Grape-achtige psychedelica en Crosby, Stills & Nash-harmoniën. Zodoende koppelt het organische countryrock aan slaperige, meerstemmige folkrock. ‘Angelena’ is zo’n folky liedje, met prachtige zang en tinkelend pianospel, evenals ‘Easy Keeper’ en ‘As It Was’. ‘Roll ‘Em Down’ en ‘It’ll Take Time’ zijn klassieke countryrocksongs van het soort waar The Eagles later furore mee zullen maken, terwijl de pychedelische pop van ‘Early Morning’ en het barokke ‘And I’m Gone’ voor een nog rijker klankbeeld zorgen. Maar er is nog meer. De plaatkanten sluiten namelijk beide af met adembenemende miniatuurtjes. Kant 2 met het schitterende countryliedje ‘Dirty Roads’ en kant 1 met het hoogtepunt van dit album; de pure magie van bitterzoete samenzang en het welhaast vloeibare elektrische gitaarspel van Jay Lewis in ‘Sleepy Eyes’. Morning heeft echter geen enkel succes, net zo min als de fraaie opvolger Struck Like Silver (1972), met als gevolg dat Morning voor altijd tot de obscuriteit gedoemd lijkt te zijn.


Angelena / Early Morning / Tell Me A Story / Easy Keeper / Roll ‘Em Down / Sleepy Eyes / New Day / As It Was / Time / It’ll Take Time / And I’m Gone / Dirt Roads

maandag 27 mei 2013

Pernice Brothers | Overcome By Happiness

In 1997 gaat Scud Mountain Boys op de helling. Sleutelfiguren Frank Padellaro en Joe Pernice beginnen hun eigen band: Padellaro King Radio, Pernice Pernice Brothers. De laatste verlaat het pad van de alternatieve country en zoekt zijn weg in de pop van Burt Bacharach, Bread en Colin Blunstone. Geruggensteund door een nieuw label (Rykodisc) en gelouterde muzikanten als Michael Deming (producer van de Gigolo Aunts en The Lilys), Aaron Sperske (Beachwood Sparks), Peyton Pinkerton (Weezer),Tom Monahan (Scud Mountain Boys) en een compleet orkest, neemt Pernice Overcome By Happiness op. De country- en folkinvloeden zijn resoluut naar de achtergrond verdrongen ten faveure van een popbenadering. De drums en bas zijn ten opzichte van Scud Mountain Boys steviger aangezet en zanger Joe Pernice laat zich nadrukkelijker gelden. Britse invloeden als Badfinger en The Zombies doen definitief hun intrede en ook doen de Pernice Brothers herinneren aan de perfecte poprock van Big Star. Melancholiek en melodieus, catchy en introspectief – Pernice betoont zich meermalen de treurige troubadour – Overcome By Happiness heeft dit alles in zich en ademt met hemelse, van weemoed druipende liedjes als 'Sick Of You', 'Dimmest Star', 'Shoes And Clothes' en 'Wherein Obscurely' een bijzonder grote muzikale rijkdom. Overcome By Happiness zet de standaard voor een imposant, zich decennialang uitstrekkend Pernice-oeuvre.

Crestfallen / Overcome By Happiness / Sick Of You / Clear Spot / Dimmest Star / Monkey Suit / Chicken Wire / Wait To Stop / All I Know / Shoes And Clothes / Wherein Obscurely / Ferris Wheel




zondag 26 mei 2013

Ted Nugent | Ted Nugent


Hij heeft voldoende tegen zich spreken; zo is Ted Nugent een behoorlijke rechts-reactionair, een voorvechter van vrij wapenbezit en een pleitbezorger van de jacht – waarover hij het boek Kill It & Grill It schreef. Ted Nugent is ook nog eens een tamelijk beroerd zanger, maar daar staat tegenover dat hij een ras-performer en showman is en vooral een briljante rock-'n-rollgitarist. Theodore Anthony Nugent is afkomstig uit Detroit, Michigan en is vanaf midden jaren zestig actief in The Amboy Dukes, die vanwege Teds showboatin' op zijn Gibson Birdland-gitaar begin jaren zeventig worden omgedoopt tot Ted Nugent & The Amboy Dukes. De volgende logische stap is een solocarrière, die in 1975 van start gaat met het zelfgetitelde Ted Nugent. Ted is dan door zijn enerverende, spetterende live-optredens al flink populair in de rockarena's van het Midwesten en staat alom bekend als de Motor City Madman. Nugents debuutplaat sluit naadloos aan bij diens live-reputatie: vette boogie, pompende hardrock en opwindende gitaarsolo's. Ted Nugent bespeelt zijn kolossale Gibson-gitaar als een kogelspuwende mitrailleur in rocknummers met een hoog octaangehalte als 'Stormtroopin'', 'Motor City Madhouse', 'Just What The Doctor Ordered' en het absoluut geniale 'Stranglehold'. Het pleit overigens voor Nugent dat hij bij wijze van adempauze een poëtisch, jazzy liedje als 'You Make Me Feel Right At Home' inlast. Ted Nugent is, gelijk de debuutplaten van Aerosmith, Montrose en Van Halen, een klassieke Amerikaanse hardrockplaat en het startschot van een imposante carrière die tot spijt van sommigen voortduurt tot op de dag van vandaag.

Stranglehold / Stormtroopin' / Hey Baby / Just What The Doctor Ordered / Snakeskin Cowboys / Motor City Madhouse / Where Have You Been All My Life / You Make Me Feel Right At Home / Queen Of The Forest    

zaterdag 25 mei 2013

Zakk Wylde | Book Of Shadows


Zakk Wylde is een allesverslindend gitaarmonster; een heavy metal-gitarist van het agressieve en gespierde soort. Zijn samenwerking met Ozzy Osbourne omspant maar liefst twee decennia – in 1988 was de 21-jarige knaap uit Bayonne, New Jersey voor het eerst te horen op een album van Ozzy. Na zeven jaar Ozzy Osbourne gaat Wylde in 1994 voor zijn eigen kansen en komt, gesteund door het grote Geffen, verrassend voor de dag met zijn southern rock-trio Pride & Glory. Nog verrassender is de stap die Zakk Wylde in 1996 zet met een heus singer-songwritersalbum: Book Of Shadows. Hier domineren akoestische gitaren, piano en orgel in organische rocksongs die zelfs opgeluisterd worden met sfeervolle, herfstige strijkers. Zakk Wylde blijkt over een uitstekend rauw stemgeluid te beschikken, dat nu eens niet overstemd wordt door zessnarige powerchords. Dat neemt echter niet weg dat Wylde's merendeels stemmige liedjes – organisch, melodieus en bedachtzaam – regelmatig enthousiast opgepookt worden door fantastische gitaarsolo's. Uit onverwachte hoek dus, dit superieure, beheerste solo-album van een temperamentvolle gitaarbeul.

Between Heaven And Hell / Sold My Soul / Road Back Home / Way Beyond Empty / Throwin' It All Away / What You're Look'n For / Dead As Yesterday / Too Numb To Cry / The Things You Do / 1,000,000 Miles Away / I Thank You Child

donderdag 23 mei 2013

A. More | Flying Doesn’t Help


In eerste instantie lijkt A. More nogal een mystificatie. Als deze More in 1979 vanuit het tamelijke niets Flying Doesn’t Help via een onbetekenend label op de markt slingert, is hij de grote onbekende. A. More? Wie is hij? A. More blijkt A. Moore te zijn en A. Moore is Anthony Moore, een van origine componist van filmmuziek. Moore trekt eind jaren zestig van Londen naar Duitsland en sluit zich aldaar aan bij een groep experimentele filmmakers. In Hamburg raakt hij verliefd op de jazzzangeres Dagmar Krause, trouwt met haar en gaat ook muzikaal een verbond met haar aan. Met de Amerikaanse tekstschrijver Peter Blegvad vormen de Brit Moore en de Duitse Krause het trio Slapp Happy. Na een lp in 1972 voor het Duitse Polydor-label, waarop de krautrockers van Faust als begeleidingsband fungeren, verkassen Moore, Krause en Blegvad naar Londen en vinden onderdak bij Virgin Records. 
De lp Slapp Happy wordt een van de eerste bescheiden succesjes van Virgin, maar dit wordt al snel overvleugeld door de impact van Mike Oldfields Tubular Bells. In een poging een doorbraak te forceren wordt Slapp Happy samengevoegd met het avantgardistische gezelschap Henry Cow. De geforceerde samenwerking levert twee lp’s op, maar het is geen succes. In 1975 verlaten Peter Blegvad en Anthony Moore dan ook het collectief. Moore gaat dan werken aan een solo-lp die echter nooit het licht zal zien omdat Virgin Moore bij het grofvuil zet. Aan het eind van de jaren zeventig werkt Moore gedurende anderhalf jaar aan zijn volgende soloplaat. In de Workhouse Studios neemt hij in dode studiotijd de tracks op die later Flying Doesn’t Help zullen vormen. Moore is verantwoordelijk voor zang, gitaren, toetsen en elektronica, en krijgt hulp van bevriende muzikanten zoals producer Laurie Latham en de Manfred Mann’s Earth Band-ritmesectie Chris Slade en Matt Irving. 
Eind 1979 verschijnt Flying Doesn’t Help op Moore’s eigen Quango Records & Red Tapes-label in een oplage van 15.000 stuks. Flying Doesn’t Help zit de tijdgeest dicht op de huid met zijn schurende elektronica, metalige productie en vernuftig geconstrueerde songs. De arty sfeer doet denken aan het beste werk van Brian Eno en John Cale; aan muzikale excentriekelingen als Bill Nelson en Peter Hammill; en aan een plaat als Bowie’s Lodger. De nadruk ligt vooral op de melodie; het is immers de new wave-tijd. ‘Judy Get Down’ is een geweldige openingssong, en een single waardig. Het vervolg doet hier beslist niet voor onder, zoals ‘Ready Ready’ met zijn bonkende piano, stuwende ritme en dissonante geluiden, het duistere en met zware gitaren afgezoomde ‘Lucia’ en het aanstekelijke ‘Caught Being In Love’. Ook de zeer fraaie popliedjes ‘Girl It’s Your Time’ en ‘War’ profiteren van Moore’s spacey effecten, krassende gitaren en stotende pianospel. Het totale gebrek aan promotie en de afwezigheid van informatie op de hoes – met daarop een al even non-descripte foto van een vliegveld – verhinderen niet dat alle 15.000 exemplaren vlot van de hand gaan en van Flying Doesn’t Help een obscuur collector’s item maken. Anthony Moore zelf blijft ook na opvolger World Service in 1980 een cult-artiest met een lege bankrekening.

Judy Get Down / Ready Ready / Useless Moments / Lucia / Caught Being In Love / Timeless Strange / Girl’s It’s Your Time / War / Just Us / Twilight ( Uxbridge Rd.)

woensdag 22 mei 2013

Mayfly | Mayfly


Een ontmoeting op het Plein in Bergen, Noord Holland, is in 1969 het begin van de legendarisch folkgroep Mayfly. Legendarisch, omdat het bij een lp zal blijven en de groep wegens gebrek aan succes zichzelf in 1974 alweer opheft. Die ene lp, het eponieme Mayfly, uitgebracht in 1972 is een wonderschone, sprookjesachtige folkplaat die én het tijdsbeeld prachtig weergeeft én de tand des tijds moeiteloos heeft doorstaan.
Ontdekt door Jaap Hos van het Alkmaarse Lowland Trio ('Ik Kan Geen Kikker Van De Kant Af Duwen') en getekend door Ariola's Evert Wilbrink, tevens recensent bij de Veronica-gids, nemen Maarten en Ide Min, Gustaaf en Onno Verburg, Arie de Geus, Rinus Groeneveld en Huub Nijhuis in Den Haag hun album op. Hoewel de sound van Mayfly voornamelijk akoestisch is, is het rijk georkestreerd met cello, viool, blok- en dwarsfluit, saxofoon, piano en allerlei gitaren: akoestisch, 12-snarig en elektrisch. De composities zijn voortreffelijk en van een lyrische pracht; combineren pastorale folk met beatleske melodielijnen. Ronduit schitterend zijn 'From Now On', 'Dawn Of An Old Man's Life', 'Lemoncake' en 'The Stable', maar de overige, betoverende liedjes doen er weinig voor onder. Vanzelfsprekend plugt de Veronica-gids de Mayfly-lp stevig – en terecht – maar wegens visueel niet bijster aantrekkelijke optredens delft Mayfly jammerlijk het onderspit tegen bands als Kayak, Alquin en Solution. Eén prachtig album levert het op, een album dat decennialang in de vergetelheid vertoeft, maar dat in 2011 een cd-release krijgt op het Koreaanse Big Pink-label.

From Now On / Symptons Of Summer / 'Dawn Of An Old Man's Life / The Smell Of It / Lemoncake / The Stable / Intermezzo / Secondhand Dream / Blue Sofa / She Leaveth Me / Topless Bertha