maandag 8 april 2013

John Prine | John Prine


Als geen ander vertelt John Prine de verhalen van gewone mensen; van mensen die door het leven struikelen, van mensen die er het beste van proberen te maken. Liefdevolle beschrijvingen van de gewone man/vrouw in soms pijnlijke situaties bevolken zijn platen, met als uitschieter zijn uitgebalanceerde en nagenoeg perfecte debuutplaat. John Prine is dan al, op 22-jarige leeftijd, op de toppen van zijn kunnen. John Prine is een postbode uit Chicago, Illinois die in zijn vrije tijd liedjes schrijft, waarbij hij zich laat inspireren door de tragische ballades van The Carter Family. Hij treedt ook op in het Chicago-folkcircuit en raakt bevriend met singer-songwriter Steve Goodman die niemand minder dan Kris Kristofferson attendeert op het talent van John Prine. Samen met Paul Anka zoekt Kristofferson Prine op in de lege Earle Of Old Town-club. Kristofferson: 'Then he started singing, and by the end of the first line we knew we were hearing something else.' Op uitnodiging van het tweetal treedt John Prine een avond op in de New-Yorks Bitter End en wordt ter plekke getekend door Atlantics Jerry Wexler.
Voor de opnamen van zijn debuut-lp reist Prine af naar Memphis, Tennessee, naar de American Recording Studios. Met producer Arif Mardin en een uitgebreide band met daarin Elvis Presleys ritmesectie, gitarist Reggie Young, pedal steelspeler Leo LeBlanc, pianist Bobby Wood en organist Bobby Emmons neemt Prine zijn majestueuze debuutplaat op. De doorgaans gepoljiste productie van Mardin werkt wonderlijk goed bij de kale, gestripte liedjes van Prine, die uitblinken in poëtische zeggingskracht. 'Illegal Smile' handelt over de geneugten van marihuana: Ahhh but fortunately / I have the key / To escape reality, 'Spanish Pipedream' verhaalt van een sexy danseres en een naïve soldaat; het is die goedkope romantiek die meerdere malen terugkeert in de liedjes waarin biljartzalen, autoritjes en berouwvolle herinneringen figureren. 'Your Flag Decal Won't Get You Into Heaven Anymore' is een politiek anti-Nixon-lied en in het sepia-getinte 'Paradise' bezoekt Prine Kentucky, de geboortestreek van zijn vader. Klassiek is de ultieme kater-van-Vietnam-song 'Sam Stone', waarin een verslaafde Namvet terugkeert naar zijn gezin: There's a hole in daddy's arm / Where all the money goes. En superieur bezingt de twintiger Prine de eenzaamheid van het ouder worden in de sublieme vertellingen 'Hello In There' en het onovertroffen 'Angel From Montgomery', dat met zijn gitaar-twang en rollende Hammond ook muzikaal perfect is. Elektrisch gitaar, pedal steel, piano en orgel zijn de muzikale smaakmakers op John Prine's debuut, prominent aanwezig in de heerlijk slome elektrische countryblues 'Pretty Good' en de zwevende countryrock van 'Quiet Man'.
Maar het zijn de geniale, met dichterlijke gratie beschreven en met mededogen gezongen menselijke portretten die van John Prine, uitgebracht in 1971, zo'n uitzonderlijk hoogstaand singer-songwritersalbum maken; een blauwdruk en een lichtend voorbeeld voor generaties van singer-songwriters nadien.

Illegal Smile / Spanish Pipedream / Hello In There / Sam Stone / Paradise / Pretty Good / Your Flag Decal Won't Get You To Heaven Anymore / Far From Me / Angel From Montgomery / Quiet Man / Donald And Lydia / Six O'Clock News / Flashback Blues

Geen opmerkingen:

Een reactie posten